00.0 orientatiegesprek

Overleg onderdeel van een toetsmoment

  • Is er een startgesprek gevoerd en is het formulier volledig behandeld?

  • Besproken onderdelen

  • toetsmoment
  • selecteer een toetsmoment

  • Datum

  • Besproken met:

  • Toelichting

2. Uitzetten

2. Uitzetten

  • Per toetsmoment volledige controle

  • 2.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    2.4
    komen de afmetingen globaal overeen met de goedgekeurde stukken

  • 2.2
    Uitzetten door gemeentewerken
    2.3
    Inmeetbon

3 uitgraven bouwput

3 Uitgraven bouwput

  • (Per toetsmoment volledige controle achteraf op algeheel beeld)

  • Foto van bouwput

  • Datum controle

  • 3.2
    Schoongrond verklaring voorwaarde vergunning?
    3.4
    Stempels en gording/ verankering

  • 3.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    3.3
    Damwandprofielen en kerende hoogte
    3.5
    Hoeken, hoe opgelost
    3.6
    Bemaling
    3.7
    Maximaal toegelaten werkbelasting volgens berekening / tekening aan bovenzijde bouwput
    3.8
    Schoorconstructiekering aanwezig?

Belendingen

  • 3.9
    Schoorconstructiekering aanwezig?
    3.10
    Fundering op staal: wegvallen steundruk door afgraving

  • 3.11
    Vrijgraven bestaande fundering/ palen van belending
    3.12
    Let op met penanten en deuropeningen/ latei- en boogwerking bij vrije bouwmuur
    3.13
    Trillingen
    3.14
    Inheiniveau bestaande palen
    3.15
    Afstand nieuwe palen tot bestaande palen
    3.16
    Openbaargebied afgeschermd?

5 fundering op palen

5 Fundering op palen

  • 5.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    5.2
    Wordt er buiten de toegestane reguliere werkuren gewerkt ///naar startgesprek of hiervoor
    5.3
    Palen achteraf ingemeten.
    5.4
    Aandacht koppensnellen; ingezaagd, kranswapening, stekken
    5.9
    Kloppen de inheiniveau’s t.o.v. het palenplan.

  • Niet verplichte items tonen?

  • 5.5
    Is er een expertiserapport t.b.v. de belendingen opgesteld.
    5.6
    Zijn er trillingsmetingen noodzakelijk.
    5.7
    Is er een opstellingskeuring van de heistelling uitgevoerd.
    5.8
    Vind er toezicht plaats.
    5.10
    Zitten er geen oude palen in de weg.
    5.11
    Is er een klickmelding voor kabels en leidingen gedaan.
    5.12
    Wat is de aanvoerroute van de heistelling + palen en levert dit problemen op m.b.t. de veiligheid van de omgeving.
    5.13
    Wat is het geluidsniveau t.o.v. belendingen ? Bij twijfel zal er een meting moeten plaatsvinden.
    5.14
    Staat de slagenergie op het afgesproken niveau.
    5.15
    Invloed trillingen op betonstort
    5.16
    Worden het dagboek en de kalenderstaten goed bijgehouden.
    5.17
    Wordt er van lang naar kort geheid
    5.18
    juiste wapening en dekking in de heipalen? (bij in het werk gestorte heipalen)

  • Paaltype

  • 5.19
    Wordt de minimale wachttijd bij paalafstand <4D of 2 meter gerespecteerd.
    5.20
    Wordt het betonverbruik per paal geregistreerd.
    5.21
    100% akoestisch doormeten na het snellen ( alleen bij 100% kunnen de gegevens d.m.v. vergelijken juist geïnterpreteerd worden ).
    5.22
    Vind er registratie plaats van de inboormomenten.

  • 5.23
    Wordt de paalkop niet nagetrilt.
    5.24
    Vind er een juiste registratie plaats van de betonmorteldruk en is er evenwicht tussen de treksnelheid. en de aanvoer van de specie.
    5.25
    Gaat de korf ongeknikt in de paal.
    5.26
    Worden de buizen gepeild of er geen vocht aanwezig is voor het storten/grouten.
    5.27
    Zijn er vanaf B35 5 % van de palen of minimaal 6 cilinders geboord.
    5.28
    Wordt er 5% ontgraven tot de grondwaterspiegel en gecontroleerd op insnoeringen.
    5.29
    Wordt de minimale wachttijd bij paalafstand <4D gerespecteerd .
    5.30
    Wordt er niet doorgedraaid indien men op diepte is i.v.m. het fijnmalen van de ondergrond.
    5.31
    Wordt het grout op een juiste wijze aangemaakt.
    5.32
    Vind er op het werk controle op de groutkwaliteit plaats d.m.v. prisma’s.
    5.33
    Wordt het grout binnen het voor dit mengsel toegestane tijdstraject toegepast/verwerkt.
    5.34
    Komt het betonniveau tijdens het trekken niet lager dan 1 meter onder het maaiveldniveau i.v.m. evenwicht tussen de specie en de uitwendige gronddrukken.
    5.35
    De paalkoppen op hoogte afwerken is niet goed uitvoerbaar, deze dienen altijd gesneld te worden. ( Indien deze wel op hoogte afgewerkt worden dient er een gedraineerde zandlaag aanwezig te zijn, de stelling >10 meter van de opstorting te staan en dient er
    5.36
    Vind er geen extreme bleeding plaats en zo ja zijn er eventueel consequenties voor de paal.
    5.37
    Vind er registratie plaats van de aangevoerde beton- groutmortel en komt deze overeen met het voorgeschreven recept ( betonbonnen ).
    5.38
    wapening netjes opgeslagen op het terrein, geen vervuiling en losgeraakte staven?

  • 5.39
    Ouderdom van de palen.

  • 5.40
    Hijsen met een strop.
    5.41
    Worden de juiste hijspunten gebruikt.
    5.42
    Staat de slagenergie op het afgesproken niveau.
    5.43
    Wordt er een passende heimuts toegepast.
    5.44
    Vind het hijswerk plaats m.b.v. een dubbele strop.
    5.45
    Wordt er bij twijfel ter controle binnen 3 dagen akoestisch doorgemeten.
    5.46
    bij aangevoerde palen; op de juiste manier opgeslagen en geen breuken zichtbaar?

  • 5.47
    Gaat de korf ongeknikt in de paal./ afstandhouders goed aangebracht
    5.48
    Worden de buizen gepeild of er geen vocht aanwezig is voor het storten.
    5.49
    Zijn er vanaf B35 5 % van de palen of minimaal 6 cilinders geboord.
    5.50
    100% akoestisch doormeten na het snellen ( alleen bij 100% kunnen de gegevens d.m.v. vergelijken juist geïnterpreteerd worden ).
    5.51
    Wordt de minimale wachttijd bij paalafstand <4D gerespecteerd.
    5.52
    Wordt het betonverbruik per paal geregistreerd.
    5.53
    Hoe gaat men om met een onderstort ( opstorten of een nieuwe paal ).
    5.54
    Vind er registratie plaats van de aangevoerde betonmortel en komt deze overeen met het voorgeschreven recept ( betonbonnen ).

  • 5.55
    Wordt er heiend of trillend getrokken en wat is dan de treksnelheid van de palen ( max 35 mm per slag )
    5.56
    Wordt er 5% ontgraven tot de grondwaterspiegel en gecontroleerd op insnoeringen.
    5.57
    Worden de palen bij poeren gewapend tot in de draagkrachtige laag i.v.m. opheien.
    5.58
    Vind er geen extreme bleeding plaats en zo ja zijn er eventueel consequenties voor de paal.
    5.59
    Komt het betonniveau tijdens het trekken niet lager dan 1 meter onder het maaiveldniveau i.v.m. evenwicht tussen de specie en de uitwendige gronddrukken.
    5.60
    Zijn er extra maatregelen getroffen bij wapening > 15m om ontmenging tijdens het storten te voorkomen.
    5.61
    Wordt de betonspecie binnen het voor dit mengsel toegestane tijdstraject toegepast/verwerkt.
    5.62
    Wordt er bij een onderbroken stort gecontroleerd of de wapening niet is omhooggekomen.
    5.63
    De paalkoppen op hoogte afwerken is niet goed uitvoerbaar, deze dienen altijd gesneld te worden. ( Indien deze wel op hoogte afgewerkt worden dient er een gedraineerde zandlaag aanwezig te zijn, de stelling >10 meter van de opstorting te staan en dient er
    5.64
    Wordt het toegevoegde water in de kubel t.g.v. het tussentijds schoonspuiten hiervan niet bij het nieuwe mengsel gevoegd.

  • 5.65
    Is de lasser gecertificeerd.
    5.66
    Worden er buispalen met CE-keurmerk gebruikt.
    5.67
    Is/wordt het laswerk naar behoren uitgevoerd.

  • 5.68
    Welke wanddikte’s worden er gbruikt i.v.m. het eventueel lekslaan van de paal.
    5.69
    Worden de delen netje’s verticaal in elkaar gelast.
    5.70
    Wordt de slaghoogte tussentijds niet aangepast.
    5.71
    Worden de buizen gepeild voor het storten.
    5.72
    Worden de buizen afgedekt tussen het heien en het storten om verontreiniging te voorkomen.
    5.73
    Wordt de betonspecie binnen het voor dit mengsel toegestane tijdstraject toegepast/verwerkt.
    5.74
    Zijn er extra maatregelen getroffen bij wapening > 15m om ontmenging tijdens het storten te voorkomen.
    5.75
    Vind er registratie plaats van de aangevoerde betonmortel en komt deze overeen met het voorgeschreven recept ( betonbonnen ).
    5.76
    Paalkop controle

  • (Per toetsmoment P3 2;P4 4 en P5 8 palen)

  • Beoordeelde palen

  • Paal
  • Datum controle

  • Paalnummer

  • Is de paal conform bovenstaande checklist goed?

6 funderingsconstructie

6 Funderingsconstructie

  • type funderingsconstructie

6. Funderingsconstructie Balken (Per toetsmoment 2 stramienlijnen van max 25 meter (bijv. kopwand, bouwmuur, dilatatie))

  • 6.0.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    6.0.2
    Zijn eventuele paalmisstanden verwerkt.
    6.0.3
    Is het e.e.a. reeds gecontroleerd door een opzichter/constructeur.
    6.0.4
    Zijn de paalkoppen schoon en vrij van werkvloerenbeton.
    6.0.5
    Juiste dekking.
    6.0.6
    Is de juiste wapening toegepast.
    6.0.7
    Kloppen de laslengte’s van de wapening.
    6.0.8
    Dekking o-zijde bij PS-kist of vloer ( i.v.m het inzakken van het PS door het e.g. gewicht van de wapening en de bouwvakkers ).
    6.0.9
    Geen laswerk op de bouw aan de wapening.
    6.0.10
    Zijn de steklengte’s van de palen conform afspraak.
    6.0.11
    Is de kist schoon.
    6.0.12
    Staat er geen water in de kist.
    6.0.13
    Zijn de stekken in de kist gebonden i.p.v. het later insteken wat niet is toegestaan.
    6.0.14
    Komt de kwaliteit van de stekken / ankers overeen met wat is voorgeschreven.
    6.0.15
    Zijn alle plaatsen goed bereikbaar voor beton ( onderlinge afstand wapening ).
    6.0.16
    Zijn er stortafspraken gemaakt bij hoge balken/poeren/vloeren i.v.m het in lagen storten en verdichten.
    6.0.17
    Wordt er het juiste betonmengsel toegepast en is dit achteraf aan te tonen ( betonbonnen ).

  • Niet verplichte items tonen?

  • 6.0.18
    Is er een juiste afzettingen geplaatst i.v.m. gefaseerde stort ( onder juist wordt verstaan de juiste plaats en voldoende sterk om goed te kunnen verdichten ).
    6.0.19
    Is de stabiliteit en de sterkte van de kist voldoende om een geklapte en niet goed verdichte fundering te voorkomen.
    6.0.20
    Zijn de paalkoppen vlak gesneld.
    6.0.21
    Is de paaldoorsnede t.p.v. de paalkoppen volledig aanwezig ( geen afgesprongen schollen t.g.v. het snellen e.d. ).
    6.0.22
    Zit er geen bekistingsolie op de wapenig.
    6.0.23
    Komen de stekken op de juiste breedte en plaats uit de kist ( is dit niet zo, dan komen er later dekkingsproblemen bij de wanden ).
    6.0.24
    Zijn er extra voorzieningen m.b.t. eventuele sparingen aangebracht.
    6.0.25
    Zijn eventuele noodzakelijke vochtkeringen juist aangebracht ( kimband e.d. ).
    6.0.26
    Kan de trilnaald overal goed bij/in komen.
    6.0.27
    Welke ondersabelings- aangietmortel wordt er bij prefab funderingen toegepast.
    6.0.28
    Wordt er bij het aanwerken van prefab funderingen gewerkt conform CUR108.
    6.0.29
    Zijn de “supporters“ niet te hoog zodat bij met name vloeren de dekking aan de bovenzijde niet gehaald gaat worden.
    6.0.30
    Is de aangebrachte bovenste wapeningslaag voldoende draagkrachtig zodat deze bij het storten niet doorbuigt en omhoogkomt.
    6.0.31
    Is er voor een evenueel te vlinderen vloer ontheffing aangevraagd en verleend voor het werken buiten regulier werktijden.
    6.0.32
    Zijn eventuele ciliderboringsgaten goed schoongemaakt en vrij van overtollig water.
    6.0.33
    Zijn eventuele vloeren juist ontkoppeld van overige constructies indien noodzakelijk.
    6.0.34
    Zijn eventuele koppelankers van de juiste kwaliteit en zitten deze goed vast op de kist.
    6.0.35
    Is de kist/werkvloer voldoende waterdicht om teveel uittreden van lekwater te voorkomen.
    6.0.36
    juiste wapening en dekking in de funderingsbalken?
    6.0.37
    geen vervuilingen in de kist?
    6.0.38
    juiste ankers op de juiste plaats?
    6.0.39
    geen laswerk aan de wapening?

  • Rapportage gecontroleerde funderingsbalk/vloer(en) (Per toetsmoment 2 stramienlijnen van max 25 meter (bijv. kopwand, bouwmuur, dilatatie)P3 1x, P4 1x, P5 2x

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde balk en tekening

  • Is de balk goedgekeurd

(kraan)poeren

  • 6.0.40
    Verankering: berekening en tekening getoetst door OBC

  • Niet verplichte items tonen?

  • 6.0.41
    Kraanboek aanwezig
    6.0.42
    Fundering:
    - ankers onderin verankerd
    - wapening (ophangwapening)
    - palen en verankering trekpalen aan poer
    6.0.43
    keuringsbewijs actueel
    6.0.44
    CE markering actueel

  • Rapportage gecontroleerde poeren (Per toetsmoment 2 stramienlijnen van max 25 meter (bijv. kopwand, bouwmuur, dilatatie)

  • Toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde poer en tekening

  • Is de poer goedgekeurd

6.1 Poeren Per toetsmoment alle poeren op 2 stramienlijnen van max 25 meter

  • 6.1.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    6.1.2
    Zijn eventuele paalmisstanden verwerkt.
    6.1.3
    Is het e.e.a. reeds gecontroleerd door een opzichter/constructeur.
    6.1.4
    Zijn de paalkoppen schoon en vrij van werkvloerenbeton.
    6.1.5
    Juiste dekking.
    6.1.6
    Is de juiste wapening toegepast.
    6.1.7
    Kloppen de laslengte’s van de wapening.
    6.1.8
    Geen laswerk op de bouw aan de wapening.
    6.1.9
    Zijn de steklengte’s van de palen conform afspraak.
    6.1.10
    Is de kist schoon.
    6.1.11
    Staat er geen water in de kist.
    6.1.12
    Zijn de stekken in de kist gebonden i.p.v. het later insteken wat niet is toegestaan.
    6.1.13
    Komt de kwaliteit van de stekken / ankers overeen met wat is voorgeschreven.
    6.1.14
    Zijn alle plaatsen goed bereikbaar voor beton ( onderlinge afstand wapening ).
    6.1.15
    Zijn er stortafspraken gemaakt bij hoge poeren i.v.m het in lagen storten en verdichten.
    6.1.16
    Wordt er het juiste betonmengsel toegepast en is dit achteraf aan te tonen ( betonbonnen ).

  • Niet verplichte items tonen?

  • 6.1.17
    Is er een juiste afzettingen geplaatst i.v.m. gefaseerde stort ( onder juist wordt verstaan de juiste plaats en voldoende sterk om goed te kunnen verdichten ).
    6.1.18
    Is de stabiliteit en de sterkte van de kist voldoende om een geklapte en niet goed verdichte fundering te voorkomen.
    6.1.19
    Zijn de paalkoppen vlak gesneld.
    6.1.20
    Is de paaldoorsnede t.p.v. de paalkoppen volledig aanwezig ( geen afgesprongen schollen t.g.v. het snellen e.d. ).
    6.1.21
    Zit er geen bekistingsolie op de wapenig.
    6.1.22
    Komen de stekken op de juiste breedte en plaats uit de kist ( is dit niet zo, dan komen er later dekkingsproblemen bij de wanden ).
    6.1.23
    Zijn er extra voorzieningen m.b.t. eventuele sparingen aangebracht.
    6.1.24
    Zijn eventuele noodzakelijke vochtkeringen juist aangebracht ( kimband e.d. ).
    6.1.25
    Kan de trilnaald overal goed bij/in komen.
    6.1.26
    Welke ondersabelings- aangietmortel wordt er bij prefab funderingen toegepast.
    6.1.27
    Wordt er bij het aanwerken van prefab funderingen gewerkt conform CUR108.
    6.1.28
    Zijn de “supporters“ niet te hoog zodat bij met name vloeren de dekking aan de bovenzijde niet gehaald gaat worden.
    6.1.29
    Is de aangebrachte bovenste wapeningslaag voldoende draagkrachtig zodat deze bij het storten niet doorbuigt en omhoogkomt.
    6.1.30
    Is er voor een evenueel te vlinderen vloer ontheffing aangevraagd en verleend voor het werken buiten regulier werktijden.
    6.1.31
    Zijn eventuele ciliderboringsgaten goed schoongemaakt en vrij van overtollig water.
    6.1.32
    Zijn eventuele vloeren juist ontkoppeld van overige constructies indien noodzakelijk.
    6.1.33
    Zijn eventuele koppelankers van de juiste kwaliteit en zitten deze goed vast op de kist.
    6.1.34
    Is de kist/werkvloer voldoende waterdicht om teveel uittreden van lekwater te voorkomen.
    6.1.35
    juiste wapening en dekking in de funderingsbalken?
    6.1.36
    geen vervuilingen in de kist?
    6.1.37
    juiste ankers op de juiste plaats?
    6.1.38
    geen laswerk aan de wapening?

  • Rapportage gecontroleerde Poeren Per toetsmoment alle poeren op 2 stramienlijnen van max 25 meter (P3 1x, P4 1x, P5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde balk en tekening

  • Is de balk goedgekeurd

6.2 Keldervloer 1 vloerveld per toetsmoment (vloerveld is tussen twee stramienlijnen max 25 meter)

  • 6.2.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    6.2.2
    Zijn eventuele paalmisstanden verwerkt.
    6.2.3
    Is het e.e.a. reeds gecontroleerd door een opzichter/constructeur.
    6.2.4
    Zijn de paalkoppen schoon en vrij van werkvloerenbeton.
    6.2.5
    Juiste dekking.
    6.2.6
    Is de juiste wapening toegepast.
    6.2.7
    Kloppen de laslengte’s van de wapening.
    6.2.8
    Dekking o-zijde bij PS-kist of vloer ( i.v.m het inzakken van het PS door het e.g. gewicht van de wapening en de bouwvakkers ).
    6.2.9
    Geen laswerk op de bouw aan de wapening.
    6.2.10
    Zijn de steklengte’s van de palen conform afspraak.
    6.2.11
    Is de kist schoon.
    6.2.12
    Staat er geen water in de kist.
    6.2.13
    Zijn de stekken in de kist gebonden i.p.v. het later insteken wat niet is toegestaan.
    6.2.14
    Komt de kwaliteit van de stekken / ankers overeen met wat is voorgeschreven.
    6.2.15
    Zijn alle plaatsen goed bereikbaar voor beton ( onderlinge afstand wapening ).
    6.2.16
    Zijn er stortafspraken gemaakt bij hoge balken/vloeren i.v.m het in lagen storten en verdichten.
    6.2.17
    Wordt er het juiste betonmengsel toegepast en is dit achteraf aan te tonen ( betonbonnen ).

  • Niet verplichte items tonen?

  • 6.2.18
    Is er een juiste afzettingen geplaatst i.v.m. gefaseerde stort ( onder juist wordt verstaan de juiste plaats en voldoende sterk om goed te kunnen verdichten ).
    6.2.19
    Is de stabiliteit en de sterkte van de kist voldoende om een geklapte en niet goed verdichte fundering te voorkomen.
    6.2.20
    Zijn de paalkoppen vlak gesneld.
    6.2.21
    Is de paaldoorsnede t.p.v. de paalkoppen volledig aanwezig ( geen afgesprongen schollen t.g.v. het snellen e.d. ).
    6.2.22
    Zit er geen bekistingsolie op de wapenig.
    6.2.23
    Komen de stekken op de juiste breedte en plaats uit de kist ( is dit niet zo, dan komen er later dekkingsproblemen bij de wanden ).
    6.2.24
    Zijn er extra voorzieningen m.b.t. eventuele sparingen aangebracht.
    6.2.25
    Zijn eventuele noodzakelijke vochtkeringen juist aangebracht ( kimband e.d. ).
    6.2.26
    Kan de trilnaald overal goed bij/in komen.
    6.2.27
    Welke ondersabelings- aangietmortel wordt er bij prefab funderingen toegepast.
    6.2.28
    Wordt er bij het aanwerken van prefab funderingen gewerkt conform CUR108.
    6.2.29
    Zijn de “supporters“ niet te hoog zodat bij met name vloeren de dekking aan de bovenzijde niet gehaald gaat worden.
    6.2.30
    Is de aangebrachte bovenste wapeningslaag voldoende draagkrachtig zodat deze bij het storten niet doorbuigt en omhoogkomt.
    6.2.31
    Is er voor een evenueel te vlinderen vloer ontheffing aangevraagd en verleend voor het werken buiten regulier werktijden.
    6.2.32
    Zijn eventuele ciliderboringsgaten goed schoongemaakt en vrij van overtollig water.
    6.2.33
    Zijn eventuele vloeren juist ontkoppeld van overige constructies indien noodzakelijk.
    6.2.34
    Zijn eventuele koppelankers van de juiste kwaliteit en zitten deze goed vast op de kist.
    6.2.35
    Is de kist/werkvloer voldoende waterdicht om teveel uittreden van lekwater te voorkomen.
    6.2.36
    juiste wapening en dekking in de funderingsbalken?
    6.2.37
    geen vervuilingen in de kist?
    6.2.38
    juiste ankers op de juiste plaats?
    6.2.39
    geen laswerk aan de wapening?

  • Rapportage gecontroleerde 1 vloerveld per toetsmoment (vloerveld is tussen twee stramienlijnen max 25 meter) (P3 1x, P4 3x, P5 6x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde vloer en tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

8 begane grond

8. Beganegrond; 1 vloerveld per toetsmoment (vloerveld is tussen twee stramienlijnen max 25 meter) P3 1x, P4 3x, P5 4x

  • 8.1.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    8.1.2
    3 weken voor aanvang van de begane grond moeten alle constructieve tekeningen berekeningen en rapporten zijn ingediend en ter goedkeuring aan OBC worden aangeboden. Pas na goedkeuring door OBC kan de begandegrond aan de hand van de gewaarmerkte exemplaren

  • Niet verplichte items tonen?

  • 8.1.3
    Voor de uitvoering van het betonwerk is de NEN 6722 van toepassing. Deze norm word als 2elijnsnorm aangestuurd vanuit de 6720. Hierin staan de “ Voorschriften Beton-Uitvoering”.
    Denk hieraan materiaal keuze /eisen mbt betonstaal / lassen / afstandhouders
    8.1.4
    Voor bepaalde prefab vloeren als kanaalplaat / breedplaat / ribbenvloeren is er een voornorm (NVN 6725 “Vrijdragende systeemvloeren van vooraf vervaardigd beton”) Deze geven slechts eisen vanuit de rekenkundige benadering voor de vloeren. Voor de uitvoeri

  • Vloertype

  • 8.2.1
    Soms komt een druklaag voor. De totale vloer dient dan te zijn goedgekeurd. De wapening dient dan geïnspecteerd te worden.
    8.2.2
    De platen hebben een zeeg.

  • 8.2.3
    Pasplaten;
    Op het legplan staan de vloeren inclusief pasplaten, sparingen en eventuele stalen hulpconstructies op.( trapgat kelder) Het in het werk storten van een strook tussen twee platen als vervanging van een pasplaat laten toetsen bij twijfel over de
    8.2.4
    Naden storten;
    Mortel met fijn grind toepassen, naden met pur afdichten om water niet uit de mortel te laten spoelen.
    8.2.5
    Opleggingen;
    Vrijdragend systeemvloer,er kan een rubber zijn voorgeschreven of een glijvilt.

  • 8.3.1
    Opleggingen;
    Toepassen van oplegvilt.

  • 8.3.2
    Pasplaten;
    Voegen zijn te verbreden (met voegverbreders) zodat het gebruik van pasplaten niet nodig is. Maximaal te verbreden tot 250mm.
    8.3.3
    Naden storten;
    Mortel met fijn grind toepassen, naden met pur afdichten om het water niet uit de mortel te laten spoelen.

  • 8.4.1
    Wapening in de druklaag.

  • 8.4.2
    Inspecteren op basis van goedgekeurd legplan. Drukverdeling tpv oplegging staat hierop aangegeven
    8.4.3
    Balken van beton voorzien van voorspanwapening. Type balk(voorspanwapening) afhankelijk van overspanning en belasting van de vloer. Vulelementen voornamelijk van PS.
    8.4.4
    Brandwering combinatievloer met lichtbeton vulelementen 30 minuten, of 60 met 3mm stuclaag of brandwerendplafond.
    8.4.5
    Sparingen alleen ter plaatse van de vulelementen.

  • 8.5.1
    Aansluitingen kolommen / wanden; Vrijhouden of niet; conform goedgekeurde details.

  • 8.5.2
    Werkvloer; hoogte controle ivm dekking, gesloten oppervlak ivm voorkoming uitspoelen water van mortel. Indien vloer direct op zand wordt aangebracht dan controle op drukvastheid.
    8.5.3
    Dilataties; conform goedgekeurde details.
    8.5.4
    Keuring wapening bij voorkeur eerst onderwapening voor start vlechten van de bovenwapening.
    8.5.5
    Eindinspectie wapening de dekking bovenwapening controleren samen met uitvoering mbv WPI.
    8.5.6
    Stekken e.d. conform goedgekeurde tekeningen. Let op maatvoering ivm dekking opgaande betonwerk.
    8.5.7
    De aannemer bepaalt het moment waarop kan worden gestart met het vlinderen en het aanbrengen van een eventueel anti-slijtmiddel. Hij gebruikt hiervoor de sonde, zoals beschreven in de NEN 2743. Ook een curing-compound, als middel tegen versnelde uitdrogin

  • 8.6.1
    Zie toetsmoment Vloeren en balken.

  • Rapportage steekproeven(Per toetsmoment 1 vloerveld (vloerveld is tussen twee stramienlijnen max 25 meter) P3 1x, P4 3x, P5 4x)

  • Toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde onderdeel en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

9 wanden / kolommen

9. Wanden & kolommen Per toetsmoment 2 stramienlijnen max 25 meter (bijv. kopwand, bouwmuur, dilitatie)P3 1x, P4 6x en P5 10x

  • 9.1.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    9.1.2
    brandwerendheidseisen hdc (dekking/afwerking/aftimmering/coating)
    9.1.3
    toezicht door derden/constructeur?
    9.1.4
    gevels pas sluiten als gehele constructie stabiel is/windkruizen in positie/bouten aangehaald

  • 9.1.5
    afhandeling geconstateerde afwijkingen
    9.1.6
    orde & netheid op de bouw
    9.1.7
    bereidheid aannemer om constructeur verklaringen af te laten leggen bij discussie over uitvoeringskwaliteit

  • Constructietype

  • 9.2.1
    dekking
    9.2.2
    extra wapening sparingen/nokken
    9.2.3
    juiste type/positie stekkenbakken
    9.2.4
    voldoende/juiste afstandhouders
    9.2.5
    steklengtes voldoende

  • 9.2.6
    schone kist
    9.2.7
    wapening voorzien van komo/CE-keurmerk
    9.2.8
    buigcentrale gecertificeerd
    9.2.9
    betonkwaliteit
    9.2.10
    afleverbon
    9.2.11
    weer/temp
    9.2.12
    geen ontmenging (te lang/kort trillen)/goede verdichting (juiste trilnaald)

  • 9.3.1
    natte knopen: juiste gietmortel/omstandigheden/volgens voorschrift
    9.3.2
    droge knopen: stel-stempelwerk/tijdig aanhalen bouten/bouten onbeschadigd
    9.3.3
    steklengtes voldoende

  • 9.3.4
    juiste boutkwaliteit
    9.3.5
    bij grote overspanningen fabriek bezoeken

  • 9.4.1
    brandwerende coating niet beschadigd tijdens transport/montage
    9.4.2
    bouten op juiste moment en op tijd aangehaald (markings/logboek)
    9.4.3
    vulplaten toegepast bij open verbindingen
    9.4.4
    kolommen op beton onderslagen (platen/blokken) en ondergrout op juiste wijze

  • 9.4.5
    bouten onbeschadigd/niet gebruikt om constructie te richten
    9.4.6
    constructie gericht met takels
    9.4.7
    schets/verbindings/koppelplaten niet uitgeboord of extra gaten vlak bij bestaand gat
    9.4.8
    juiste boutkwaliteit
    9.4.9
    slobgaten niet te groot/geen zelfgemaakte ringen/juiste epoxy/mortel bij te grote slobgaten

  • 9.5.1
    vaak buitenlandse normen; akkoord obc?
    9.5.2
    oplossingen bij maatafwijkingen
    9.5.3
    conservering moeilijk bereikbare plaatsen

  • 9.6.1
    bij koeltorens; afhankelijk van type, fabrikant en certificering toezicht bepalen

  • Rapportage steekproeven(Per toetsmoment 2 stramienlijnen van max 25 meter (bijv. kopwand, bouwmuur, dilatatie))P3 1x, P4 6x en P5 10x

  • Toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde onderdeel en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

11 vloeren/balken

11 vloeren / balken

11.0 Vloeren (verdiepingen) Per toetsmoment 2 vloervelden (vloerveld is tussen twee stramienlinen max 25 meter) P3 1x, P4 5x, P5 6x

  • 11.0.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Vloertype

  • 11.0.2
    Geen gebroken/gescheurde breedplaten
    11.0.3
    Opgelegd op stempels met baddingen
    11.0.4
    Opleggingen op wanden (oplegwapening aanwezig)
    11.0.5
    Dekking
    11.0.6
    Extra wapening knopen/verbindingen/sparingen/pons
    11.0.7
    Weer/temp
    11.0.8
    Leidingverloop

  • 11.0.9
    Breedplaat met komo/CE keurmerk (?)
    11.0.10
    Staalplaatbetonvloer: juiste plaatprofiel
    11.0.11
    Opslag op bouwplaats netjes/stabiel
    11.0.12
    Zeeg aanwezig
    11.0.13
    Schone kist
    11.0.14
    Wapening voorzien van KOMO/CE-keurmerk
    11.0.15
    Buigcentrale gecertificeerd
    11.0.16
    Geen ontmenging
    11.0.17
    betonkwaliteit
    11.0.18
    afleverbon

  • 11.0.19
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    11.0.20
    Opgelegd op stempels met baddingen
    11.0.21
    Schone kist
    11.0.22
    Dekking geen ontmenging (te lang/kort trillen)/goede verdichting (juiste trilnaald)
    11.0.23
    Extra wapening knopen/verbindingen/sparingen/pons
    11.0.24
    Weer/temp

  • 11.0.25
    Zeeg aanwezig
    11.0.26
    Wapening voorzien van komo/CE-keurmerk
    11.0.27
    Buigcentrale gecertificeerd
    11.0.28
    Betonkwaliteit
    11.0.29
    Afleverbon

  • 11.0.30
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    11.0.31
    Is er een goedgekeurd werkplan aanwezig?
    11.0.32
    Opleggingen op vilt op balken/wanden
    11.0.33
    Wapening verbindingen (hamerkopsparingen etc.)
    11.0.34
    Wapeningsstrengen niet onthecht
    11.0.35
    Certificaat brandwerendheid/juiste profiel/dikte plaat
    11.0.36
    Sparingen gemaakt op bouwplaats niet door wapening
    11.0.37
    Druklaagwapening/trekbanden aanwezig

  • 11.0.38
    Kanaalplaat met komo/CE keurmerk (?)

  • Rapportage steekproeven(Per toetsmoment 2 vloervelden (vloerveld is tussen twee stramienlinen max 25 meter)
    P3 1x, P4 5x, P5 6x

  • Toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde onderdeel en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

11.1 Balken (verdiepingen) Per toetsmoment 2 vloervelden (vloerveld is tussen twee stramienlinen max 25 meter) P3 1x, P4 5x, P5 6x

  • 11.0.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Constructie

  • 11.0.2
    Geen gebroken/gescheurde breedplaten
    11.0.3
    Opgelegd op stempels met baddingen
    11.0.4
    Opleggingen op wanden (oplegwapening aanwezig)11.1.2
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    11.1.3
    Dekking
    11.1.4
    Extra wapening sparingen/nokken
    11.1.5
    Juiste type/positie stekkenbakken
    11.1.6
    Voldoende/juiste afstandhouders
    11.1.7
    Betonkwaliteit
    11.1.8
    Afleverbon
    11.1.9
    Weer/temp
    11.0.5
    Dekking
    11.0.6
    Extra wapening knopen/verbindingen/sparingen/pons
    11.0.7
    Weer/temp
    11.0.8
    Leidingverloop

  • 11.1.10
    Schone kist
    11.1.11
    Onderstempeling + zeeg
    11.1.12
    Wapening voorzien van komo/CE-keurmerk
    11.1.13
    Buigcentrale gecertificeerd
    11.1.14
    Geen ontmenging (te lang/kort trillen)/goede verdichting (juiste trilnaald)

  • 11.1.15
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    11.1.16
    Is er een goedgekeurd werkplan aanwezig?
    11.1.17
    Juiste boutkwaliteit
    11.1.18
    Steklengtes voldoende

  • 11.1.19
    Natte knopen: juiste gietmortel/omstandigheden/volgens voorschrift
    11.1.20
    Droge knopen: stel-stempelwerk/tijdig aanhalen bouten/bouten onbeschadigd
    11.1.21
    Bij grote overspanningen fabriek bezoeken

  • 11.1.22
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    11.1.23
    Brandwerende coating niet beschadigd tijdens transport/montage
    11.1.24
    Bouten op juiste moment en op tijd aangehaald (markings/logboek)
    11.1.25
    Constructie gericht met takels
    11.1.26
    Schets/verbindings/koppelplaten niet uitgeboord of extra gaten vlak bij bestaand gat
    11.1.27
    Vulplaten toegepast bij open verbindingen
    11.1.28
    Juiste boutkwaliteit
    11.1.29
    Gaten niet te groot/geen zelfgemaakte ringen

  • 11.1.30
    Bouten onbeschadigd/niet gebruikt om constructie te richten

  • Rapportage steekproeven(Per toetsmoment 2 vloervelden (vloerveld is tussen twee stramienlinen max 25 meter)
    P3 1x, P4 5x, P5 6x

  • Toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde onderdeel en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

12 overige constructies

12. Overige constructies Conform opgave OBC

  • Is er door OBC aangegeven wat en hoeveel er aan steekproeven uitgevoerd moet worden?

  • Opgave van OBC;

  • Rapportage gecontroleerde constructies

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

13 dakconstructies

13. Dakconstructies Per toetsmoment 2 dakvelden (dakveld is tussen twee stramienen max 25 meter) (P3,4 en 5 1x)

  • 13.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    13.2
    Zijn er extra zaken m.b.t. de stabiliteit van het dakvlak die aandacht vereisen, zoals bijv. bevestiging dakplaten ( advies OBC )?
    13.3
    Noodoverlaten

  • Niet verplichte items tonen?

  • 13.4
    Voor de uitvoering van het betonwerk is de NEN 6722 van toepassing. Deze norm word als 2elijnsnorm aangestuurd vanuit de 6720. Hierin staan de “ Voorschriften Beton-Uitvoering”.
    Denk hieraan materiaal keuze /eisen mbt betonstaal / lassen / afstandhouders
    13.5
    Voor bepaalde prefab vloeren als kanaalplaat / breedplaat / ribbenvloeren is er een voornorm (NVN 6725 “Vrijdragende systeemvloeren van vooraf vervaardigd beton”) Deze geven slechts eisen vanuit de rekenkundige benadering voor de vloeren. Voor de uitvoeri
    13.6
    Zeeg dakliggers, indien benodigd volgens berekening
    13.7
    Geen pluvia, of ander volvullingssysteem
    13.8
    Grootte en hoogte enveloppen
    13.9
    Diameter en afdekking afvoerbuizen
    13.10
    Let op dat er een correct afschot is aangebracht in het dak. In NEN 6702, art 10.4.3 is het navolgende gesteld ten aanzien van de afvoer van water: 'bij oppervlakken die water moeten afvoeren, moet een zodanig afschot zijn aangebracht, dat ook bij de door

  • Specifieke dakconstructie

  • 13.11
    Wordt er conform de hijsvoorschriften van de fabrikant gewerkt ( evenaar ).
    13.12
    Worden de elementen onderling conform opgave gekoppeld.
    13.13
    Zitten er voldoende F-ankers om de muurplaat te bevestingen en zijn deze juist bevestigd.
    13.14
    Is de bevestiging van de kap aan de muurplaat conform opgave uitgevoerd
    13.15
    Zijn eventuele noodzakelijke dragende knieschotten aangebracht.
    13.16
    ( let op de lengte van de ankers ).
    13.17
    Zijn eventueel later aan te brengen doorvoeringen juist uitgevoerd ( met name bouwfysisch ).
    13.18
    Zijn dampremmende folies en aanvullende isolatiedelen bouwfysisch juist aangebracht.
    13.19
    Zijn panelen niet in het werk vermaakt voor bijvoorbeeld dakkapellen. Zo ja klopt dit constructief ?
    13.20
    Zijn de aangebrachte pannen indien nodig juist bevestigd
    13.21
    ( panhaken bij randzone’s, vorsten geschoefd e.d. )
    13.22
    Hebben eventuele vochtkeringen voldoende opstanden ( bijv platdak dakkapel )

  • 13.23
    Word het dakbeschot conform opgave bevestigd.
    13.24
    Zijn er voldoende gordingen aanwezig
    13.25
    Is de isolatie conform bouwfysische details uitgevoerd
    13.26
    Zitten de vochtkeringen op de juiste plaats ( plaats van de kering )
    13.27
    Zijn eventuele doorvoeringen juist uitgevoerd ( met name bouwfysisch ).
    13.28
    Zijn dampremmende folies en aanvullende isolatiedelen bouwfysisch juist aangebracht.
    13.29
    Zijn er eventuele extra constructieve voorzieningen aangebracht voor bijvoorbeeld een dakkapel
    13.30
    Zijn de aangebrachte pannen indien nodig juist bevestigd
    13.31
    ( panhaken bij randzone’s, vorsten geschoefd e.d. )
    13.32
    Hebben eventuele vochtkeringen voldoende opstanden ( bijv platdak dakkapel )

  • 13.35
    Zijn er indien noodzakelijk extra noodoverstortvoorzieningen aangebracht

  • 13.33
    Word het dakbeschot conform opgave bevestigd.
    13.34
    Is de balklaag conform opgave uitgevoerd
    13.36
    Is de isolatie conform bouwfysische details uitgevoerd
    13.37
    Zitten de vochtkeringen op de juiste plaats ( warm/koud dak )
    13.38
    Zijn eventuele doorvoeringen juist uitgevoerd ( met name bouwfysisch ).
    13.39
    Zijn dampremmende folies en aanvullende isolatiedelen bouwfysisch juist aangebracht.
    13.40
    Zijn er eventuele extra constructieve voorzieningen aangebracht voor bijvoorbeeld een dakkoepel
    13.41
    Hebben vochtkeringen voldoende opstand.

  • 13.42
    Zijn er indien noodzakelijk extra noodoverstortvoorzieningen aangebracht

  • 13.43
    Constructieve aspecten worden bij “constructies overige verdiepingen” behandeld
    13.44
    Is de isolatie conform bouwfysische details uitgevoerd
    13.45
    Zitten de vochtkeringen op de juiste plaats ( warm/koud dak )
    13.46
    Zijn eventuele doorvoeringen juist uitgevoerd ( met name bouwfysisch ).
    13.47
    Zijn dampremmende folies en aanvullende isolatiedelen bouwfysisch juist aangebracht.
    13.48
    Hebben vochtkeringen voldoende opstand.
    13.49
    Zijn aangebrachte opstanden constructief juist bevestigd ( gasbeton / hout etc… )

  • 13.50
    Word het dakbeschot conform opgave bevestigd.
    13.51
    Is de balklaag conform opgave uitgevoerd
    13.52
    Zijn er eventuele extra constructieve voorzieningen aangebracht voor bijvoorbeeld een dakkoepel
    13.53
    Zijn er indien noodzakelijk extra noodoverstortvoorzieningen aangebracht

  • 13.54
    Is de isolatie conform bouwfysische details uitgevoerd
    13.55
    Zitten de vochtkeringen op de juiste plaats ( warm/koud dak )
    13.56
    Zijn eventuele doorvoeringen juist uitgevoerd ( met name bouwfysisch ).
    13.57
    Zijn dampremmende folies en aanvullende isolatiedelen bouwfysisch juist aangebracht.
    13.58
    Hebben vochtkeringen voldoende opstand.

  • 13.59
    Is er een berekening gemaakt m.b.v. de juiste uitgangspunten wel/niet beloopbaar
    13.60
    Is de bevestiging conform opgave uitgevoerd
    13.61
    Zijn er aanvullende praktijkproeven nodig om de juiste sterkte aan te tonen ( valproef )

  • 13.62
    Is er voldoende opstandhoogte aanwezig
    13.63
    Kan er bij brand of hitte gevaar voor vallende delen ontstaan en/of kunnen vluchtroute’s geblokkeerd worden
    13.64
    Is de brandwerendheid conform overig dak uitgevoerd en is dit d.m.v. certificaten aangetoond.
    13.65
    Zijn er aanvullende zaken nodig m.b.t. politiekeurmerk veilig wonen

  • Rapportage gecontroleerde dakconstructies Per toetsmoment 2 dakvelden (dakveld is tussen twee stramienen max 25 meter) (P3,4 en 5 1x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde dak en omvang op tekening

  • Is de balk goedgekeurd

15 buitenblad gevel

15. Buitenblad gevel Per toetsmoment 2 gevelvlakken (gevelvlak is tussen twee stramienen verdiepingshoog) P3 1x,P4 3x,P5 5x.

  • 15.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    15.2
    RVS spouwankers
    15.3
    Tweede draagweg aanwezig
    15.4
    Natuursteen akkoord constructeur
    15.5
    Geveldragers
    15.6
    Aansluiting brandscheidingen op gevel
    15.9
    Constructieve goedkeuring
    15.15
    Geen lijmverbindingen (mechanische verbinding)
    15.18
    Spouwisolatie (EPC)
    15.19
    Ontwerp gevel (Welstand?)

  • 15.10
    Gehard glas (Heat Soak test ondergaan?)
    15.11
    Dilataties
    15.12
    Duurzaam natuursteen
    15.13
    NEN-6790
    15.14
    Natuursteen invulplaten goed verankerd
    15.16
    Aansluitingen op constructieve bouwdelen
    15.17
    Aansluitingen op bouwdelen met andere zettingen
    15.20
    Stabiliteit
    15.21
    Stabiliteitswanden (goed sluitend)
    15.22
    Ondersteuning stempels
    15.23
    Steigers veilig
    15.24
    Omgevingstemperatuur (vorst)

  • Specifieke gevelconstructie

  • 15.25
    Is er een goedgekeurd werkplan aanwezig? En wordt er gewerkt volgens werkplan?
    15.26
    Doorstekken door vloer
    15.27
    Ligging wapening om de stekken in de vloer

  • 15.28
    Voegvulling
    15.29
    Kwaliteitsysteem prefableverancier
    15.30
    Wapening prefab elementen
    15.31
    Plaatsing juiste type
    15.32
    Betonkwaliteit
    15.33
    Maatafwijking
    15.34
    Metselwerkankers per m2
    15.35
    Kleur en vorm metselwerk conform welstand
    15.36
    Koppelingen juist uitgevoerd?

  • 15.37
    Bevestigingen kwaliteit en methode
    15.38
    Tweede draagweg/ noodborging
    15.39
    Kwaliteit/ homogeniteit steen/ partij
    15.40
    Natuursteen akkoord constructeur

  • 15.41
    Duurzaam natuursteen
    15.42
    Natuursteen invulplaten goed verankerd

  • 15.43
    Certificaat
    15.44
    Aanpassingen in het werk nodig?
    15.45
    Juiste ankerkwaliteit
    15.46
    Bevestiging ankers juist?

  • Rapportage gecontroleerde Per toetsmoment 2 gevelvlakken (gevelvlak is tussen twee stramienen verdiepingshoog)
    P3 1x,P4 3x,P5 5x

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde dak en omvang op tekening

  • Is de balk goedgekeurd

16. Gevelopeningen

16. Gevelopeningen Per toetsmoment alle openingen tussen twee stramienen en verdiepingshoogte

  • 16.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    16.2
    Let op eventuele bouwfysische aspecten die conform ventilatiecapaciteit en daglicht met deze inspectie meegenomen kunnen worden !
    16.3
    Let op eventuele brandtechnische aspecten die conform brandwerenheid gevels met deze inspectie meegenomen kunnen worden !
    16.4
    Is het hang en sluitwerk voldoende inbraakwerend uitgevoerd. (e.v.t certificaat overleggen)
    16.5
    Bij doorvalvoorziening controleren of de achterliggende constructie voldoende is bevestigd.
    16.6
    Zit een e.v.t. doorvalbeveiliging op de juiste hoogte gemonteerd zodat er aan de eisen van het bouwbesluit voldaan kan worden?
    16.7
    Is de juiste beglazing vanuit het oogpunt van het doorvallen toegepast?

  • 16.8
    Zijn de doorvalvoorziening conform geteste opstelling bevestigd?
    16.9
    Lateien – opvang buitenblad / opvang buitenblad & vloeren
    16.10
    Aanvullende wapening rond sparingen/openingen

  • Rapportage gecontroleerde Gevelopeningen
    Per toetsmoment alle openingen tussen twee stramienen en verdiepingshoogte (P3 1x, P4 2x, P5 4x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde steekproef en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

17. Nutsvoorzieningen

17. Nutsvoorzieningen P2345 1x.

  • Is aansluiting stadsverwarming verplicht?

  • Is deze aangesloten?

18. Hoogteverschil vloerafscheidingen

18. Hoogteverschil vloerafscheidingen Per toetsmoment alle vloerafscheidingen tussen twee stramienen + verdieping trappenhuis P3 1x P4 2x P5 3x

  • 18.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Doorvalveilig glas


    18.2
    Glasparelslingerproef
    18.3
    Opbouw (Is het juiste glas toegepast)
    18.4
    Is de bevestiging conform geteste situatie
    18.5
    Mocht er sprake zijn van een trap of trappenhuis, voldoet deze dan aan het bouwbesluit ?

  • 18.6
    Orientatie (spouw)
    18.7
    Testlokatie: hulpconstructie vast
    18.8
    Hoeveelheid testen?

  • Rapportage gecontroleerde vloerafscheidingen
    Per toetsmoment alle vloerafscheidingen tussen twee stramienen + verdieping trappenhuis P3 1x P4 2x P5 3x

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde steekproef en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

19. Ventilatiecapaciteit en daglicht

19. Ventilatiecapaciteit en daglicht Algemeen (Spui)ventilatie capaciteit Per toetsmoment alle ventilatievoorziening tussen twee stramienen verdiepingshoog 2x per functie

  • 19.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    19.2
    Een aandachtpunt hierbij is dat de ventilatie in de trappenhuizen vaak niet hand in hand gaan met de benodigde brandwerendheid.
    19.4
    Ventilatie / geluidwering van de gevel: zijn er ventilatieroosters/suskasten aanwezig indien van toepassing (niet van toepassing bij balansventilatie) en komen deze overeen met de goedgekeurde rapportage (ventilatie en/of geluidwering gevel) voor de vergunning?
    19.5
    Opvragen ventilatie- meetrapporten voor het gehele gebouw
    19.6
    Visuele controle van de (te openen) gevelopeningen die volgens de vergunningstekening aanwezig moeten zijn.
    19.7
    Geluidwering van de gevel: komen de glasopbouw en de kierdichting (enkelvoudig of dubbel) overeen met de goedgekeurde rapportage (geluidwering gevel) uit de vergunning?

  • 19.3
    Indien in de vergunning bouwfysische voorwaarden zijn opgenomen, dit gaat meestal over aanleveren aanvullende gegevens, dan moeten deze gegevens tijdens de uitvoering ook worden aangeleverd en door bouwfysica worden beoordeeld.

  • Rapportage gecontroleerde Ventilatiecapaciteit en daglicht Algemeen (Spui)ventilatie capaciteit
    Per toetsmoment alle ventilatievoorziening tussen twee stramienen verdiepingshoog
    2x per functie

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde steekproef en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20 Brandwerendheid

20 Brandwerendheid

  • selecteer onderdelen brandwerendheid

20.0 Brandwerendheid hoofddraagconstructie (opgave BPC )

  • 20.0.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    20.0.2
    Zijn de onderdelen conform hun certificaat aangebracht.
    20.0.3
    Is de hoofddraagconstructie voldoende beschermd tijdens brand.
    20.0.4
    Is er een diktebepaling/berekening gemaakt van eventuele brandwerende voorzieningen t.b.v. de hoofddraagconstructie.
    20.0.5
    Wordt er bij brandwerende coating gewerkt conform de Hamerlinck-notitie en zit de coating niet op een zodanige plaats dat deze naderhand in het gebruik beschadigd kan worden.
    20.0.6
    Zijn er afspraken m.b.t het onderhoud en nacontrole van het brandwerende verfsysteem.
    20.0.7
    Wordt er bij kanaalplaatvloeren zonder aanvullende voorzieningen voldaan aan de maximale druklaag < 50 mm i.v.m. bezwijken bij brand ( zie BFBN-notitie )
    20.0.8
    Komt de uitvoering overeen met de getoetste documenten van de vergunning!
    20.0.9
    Zitten alle brandwerende voorzieningen op de juiste plaats ( brandscheiding ) conform de vergunde tekening

  • 20.0.10
    Zijn alle benodigde goedgekeurde bescheiden aanwezig zoals certificaten, PVE, tekeningen etc..

  • Rapportage gecontroleerde constructies

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.1 Brandwerendheid gevels Per toetsmoment alle openingen tussen twee stramienen en verdiepingshoogte

  • 20.1.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    20.1.2
    Zijn alle voorzieningen om overslag via de gevels tegen te gaan aangebracht.

  • Rapportage gecontroleerde Brandwerendheid gevels
    Per toetsmoment alle openingen tussen twee stramienen en verdiepingshoogte (p3 1x; P4 2x; P5 3x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.2 Brandwerende beglazing en puien Per toetsmoment 1 hele verdieping (liefst verschillend)

  • 20.2.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Specifieke brandwerende constructie

  • 20.2.2
    Is het juiste type glas toegepast EI of EW
    20.2.3
    Word het juiste glasband gebruikt
    20.2.4
    Worden de glaslatten juist geschroefd
    20.2.5
    Is de pui gemonteerd conform certificaat ( let op het toepassingsgebied )
    20.2.6
    Zijn eventuele naden rondom de pui brandwerend afgekit ( pur is niet toegestaan )
    20.2.7
    Wordt de beglazing afgekit met de juiste brandwerende kit

  • 20.2.8
    Valt de afmeting van de beglazing binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.2.9
    Worden er onbrandbare stelblokje’s gebruikt.

  • 20.2.10
    Is het juiste type glas toegepast EI of EW.
    20.2.11
    Worden de glaslatten juist geschroefd.
    20.2.12
    Is de pui gemonteerd conform certificaat ( let op het toepassingsgebied )
    20.2.13
    Zijn eventuele naden rondom de pui brandwerend afgekit ( pur is niet toegestaan ).
    20.2.14
    Valt de deur d.m.v. een dranger in het slot.
    20.2.15
    Valt bij een dubbele deurconstructie de passieve deur ook in het slot ( Deze zijn bijna altijd zo getest ).
    20.2.16
    Werkt bij een dubbele deurconstructie de voorkeursselector naar behoren ook als eerst de passieve deur wordt geopend.
    20.2.17
    Loop er onder de brandwerende deur geen brandbaar materiaal door ( conform de test dient dit onbrandbaar te zijn ).
    20.2.18
    Zitten de opschuimstrips op de juiste plaats ( bij sommige fabrikanten dient er een strip in het kozijn te komen ).
    20.2.19
    Zit er bij een dubbele deurstel de juiste deurnaald ( bijv Alprokon ).
    20.2.20
    Is de sponningdiepte conform certificaat ( is niet altijd 25 mm, afhankelijk van de houtzwaarte ).

  • 20.2.21
    Word het juiste glasband gebruikt.
    20.2.22
    Valt de afmeting van de beglazing binnen het toepassingsgebied van het certificaat.
    20.2.23
    Zijn de naden rondom de deur conform certificaat.
    20.2.24
    Indien het kozijn niet door de deurenfabrikant geleverd wordt, controleren of de voorgeschreven houtzwaarte is gebruikt.

  • 20.2.25
    Is het juiste type scherm toegepast EI of EW.
    20.2.26
    Is het scherm gemonteerd conform certificaat ( let op het toepassingsgebied )
    20.2.27
    Zijn eventuele naden rondom het scherm brandwerend afgekit ( pur is niet toegestaan ).
    20.2.28
    Valt de afmeting van het scherm binnen het toepassingsgebied van het certificaat.
    20.2.29
    Wordt het scherm op de juiste wijze aangestuurd.
    20.2.30
    Loop er onder het scherm geen brandbaar materiaal door ( conform de test dient dit onbrandbaar te zijn ).
    20.2.31
    Zitten de opschuimstrips op de juiste plaats ( bij sommige fabrikanten dient er een strip in het kozijn te komen ).
    20.2.32
    Is de draagconstructie van het scherm bij brand gewaarborgd

  • 20.2.33
    Zijn de naden rondom de deur conform certificaat.
    20.2.34
    Word het juiste afdichtingsband gebruikt.

  • Rapportage gecontroleerde Brandwerende beglazing en puien
    Per toetsmoment 1 hele verdieping (liefst verschillend)
    (p3 1x; P4 2x; P5 3x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.3 Brandwerendheid wanden Per toetsmoment alle wanden op een hele verdieping

  • 20.3.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Specifieke brandwerende constructie

  • 20.3.2
    Valt de maximale wandhoogte binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.3.3
    Wordt de juiste profieltype toegepast
    20.3.4
    Klopt de isolatiedikte en massa
    20.3.5
    Wordt de juiste beplating toegepast en klopt de dikte hiervan
    20.3.6
    Zijn er extra voorzieningen getroffen in de constructie van de wand m.b.t. brandkleppen

  • 20.3.7
    Komt de staanderafstand overeen met het certificaat
    20.3.8
    Wordt de beplating op een juiste wijze bevestigd
    20.3.9
    Wordt de wandconstructie als geheel juist bevestigd
    20.3.10
    Komt de naadafwerking aan de boven- en onderzijde overeen met het certificaat
    20.3.11
    Worden bij kokers de staanders aan de kokerzijde ook goed beschermd

  • 20.3.12
    Valt de maximale wandhoogte binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.3.13
    Worden de naden op een juiste wijze afgewerkt ( maximale dikte pur )

  • Rapportage gecontroleerde Brandwerendheid wanden
    Per toetsmoment alle wanden op een hele verdieping
    (p3 1x; P4 2x; P5 3x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.4 Brandwerenheid schachten Per toetsmoment alle wanden op een hele verdieping

  • 20.4.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Specifieke brandwerende constructie

  • 20.4.2
    Valt de maximale wandhoogte binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.4.3
    Wordt de juiste profieltype toegepast
    20.4.4
    Klopt de isolatiedikte en massa
    20.4.5
    Wordt de juiste beplating toegepast en klopt de dikte hiervan
    20.4.6
    Zijn er extra voorzieningen getroffen in de constructie van de wand m.b.t. brandkleppen

  • 20.4.7
    Komt de staanderafstand overeen met het certificaat
    20.4.8
    Wordt de beplating op een juiste wijze bevestigd
    20.4.9
    Wordt de wandconstructie als geheel juist bevestigd
    20.4.10
    Komt de naadafwerking aan de boven- en onderzijde overeen met het certificaat
    20.4.11
    Worden bij kokers de staanders aan de kokerzijde ook goed beschermd

  • 20.4.12
    Valt de maximale wandhoogte binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.4.13
    Worden de naden op een juiste wijze afgewerkt ( maximale dikte pur )

  • Rapportage gecontroleerde Brandwerendheid schachtwanden
    Per toetsmoment alle wanden op een hele verdieping
    (p3 1x; P4 2x; P5 3x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.5 Horizontale brandscheidingen Per toetsmoment één hele verdieping

  • 20.5.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • 20.5.2
    Zijn alle doorvoeringen op een juiste wijze afgedicht
    20.5.3
    Zijn er geen doorslagrisico's via de spouw aanwezig

  • Specifieke brandwerende constructie

  • 20.5.4
    Valt de opbouw van de brandscheiding binnen het toepassingsgebied van het certificaat
    20.5.5
    Wordt de juiste profieltype toegepast
    20.5.6
    Klopt de isolatiedikte en massa
    20.5.7
    Wordt de juiste beplating toegepast en klopt de dikte hiervan
    20.5.8
    Zijn er extra voorzieningen getroffen in de constructie van de wand m.b.t. brandkleppen

  • 20.5.9
    Komt de liggerafstand overeen met het certificaat
    20.5.10
    Wordt de beplating op een juiste wijze bevestigd
    20.5.11
    Wordt de constructie als geheel juist bevestigd
    20.5.12
    Komt de naadafwerking rondom overeen met het certificaat
    20.5.13
    Word bij een leidingkoker de brandscheiding ook boven het plafond goed doorgezet

  • 20.5.14
    Is de constructie conform fabrikantvoorschriften aangebracht ( let op dekvloeren bij kanaalplaten )

  • Rapportage gecontroleerde Horizontale brandscheidingen
    Per toetsmoment één hele verdieping
    (p3 1x; P4 2x; P5 3x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

20.6 luchtbehandeling Per toetsmoment 1 hele verdieping

  • 20.6.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Specifieke brandwerende constructie

  • 20.6.2
    Presteren de toegepaste brandkleppen conform de eis uit de vergunning 30, 60 WBDBO.
    20.6.3
    Zijn de kleppen 1- of 2-zijdig getest en zijn deze dan ook geschikt voor de manier waarop ze geplaatst zijn.
    20.6.4
    Is de ruimte rondom de klep juist conform certificaat uitgevoerd/afgewerkt ( kitten, coaten, dichtzetten met specie etc..).
    20.6.5
    Zitten de ophangbeugels conform de maatvoering uit de test en zijn deze juist gemonteerd ( metalen pluggen, voldoende dikte ).
    20.6.6
    Zijn de toegepaste brandkleppen geschikt voor de gebruikte projectering ( horizontaal, verticaal ).
    20.6.7
    Zit bij servogestuurde brandkleppen de signaalgever op de juiste wijze in het kanaal gemonteerd.

  • 20.6.8
    Zijn de toegepaste brandkleppen geschikt voor de constructie waar deze in zijn geplaatst ( steenachtig, flexibel, dikte, volumieke massa ).
    20.6.9
    Zitten de brandkleppen op de juiste wijze in de wand ( de plek van de klep moet zich in de wand bevinden ) kortom doorschuiven in de wand tot de aangegeven aanslag.

  • 20.6.10
    Presteren de toegepaste manchetten/wraps conform de eis uit de vergunning 30, 60 WBDBO.
    20.6.11
    Zijn de manchetten/wraps 1- of 2-zijdig getest en zijn deze dan ook geschikt voor de manier waarop ze geplaatst zijn.
    20.6.12
    Zitten de manchetten/wraps mechanisch juist gemonteerd ( voldoende bevestigingsbeugels, metalen pluggen etc… )

  • 20.6.13
    Zijn de toegepaste manchetten/wraps geschikt voor de constructie waar deze in zijn geplaatst ( steenachtig, flexibel, dikte, volumieke massa ).
    20.6.14
    Zitten de manchetten/wraps op de juiste wijze tegen/in de wand ( in sommige situaties kan een montage in de wand een hogere brandwerenheid geven dan tegen de wand )
    20.6.15
    Zijn de manchetten/wraps in een drukloos systeem toegepast. ( bijv in luchtbehandeling zijn deze niet toegestaan i.v.m. te grote drukverschillen aan beide zijden van de manchetvulling )

  • 20.6.16
    Presteren de toegepaste ventielen conform de eis uit de vergunning 30, 60 WBDBO.
    20.6.17
    Zijn de toegepaste ventielen geschikt voor de constructie waar deze in zijn geplaatst ( steenachtig, flexibel, dikte, volumieke massa ).
    20.6.18
    Is de ruimte rondom het kanaal waar het ventiel inkomt juist conform certificaat uitgevoerd/afgewerkt ( kitten, coaten, dichtzetten met specie etc..).
    20.6.19
    Zijn de toegepaste ventielen geschikt voor de gebruikte projectering ( horizontaal, verticaal ).
    20.6.20
    Zitten de ventielen mechanisch goed bevestigd zodat deze bij brand er niet uitvallen

  • 20.6.21
    Presteren de toegepaste ventielen conform de eis uit de vergunning 30, 60 WBDBO.

  • 20.6.22
    Zijn de toegepaste ventielen geschikt voor de constructie waar deze in zijn geplaatst ( steenachtig, flexibel, dikte, volumieke massa ).

  • Rapportage gecontroleerde luchtbehandeling
    Per toetsmoment 1 hele verdieping
    (p3 1x; P4 1x; P5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

21.0 Vluchtmogelijkheden

21.0 Vluchtmogelijkheden 1 toetsmoment is een begane grond + verdieping + trappenhuis (p3,4 en 5 1x)

  • 21.0.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    21.0.2
    Zijn de vluchtdeuren / wegen goed te gebruiken (of staan er vaste meubels oid in de weg en zijn ze daardoor minder bruikbaar).
    21.0.3
    Zijn de vluchtwegen ook aangegeven met een vluchtwegaanduiding conform NEN6088 ( Nooduitje of sticker ).
    21.0.4
    Draait de deur in de correcte richting (in sommige gevallen is het niet toegestaan om de deur tegen de vlucht richting in te laten draaien).
    21.0.5
    Is de deur voorzien van het juiste beslag , een paniekbalk (geplaatst op 1 meter boven de grond welke met een lichte druk de deur doet openen) wanneer de deur op tekening staat aangegeven met een P. Of een deur met vluchtbeslag (een kruk met een hotelslui
    21.0.6
    Mocht er sprake zijn van een trap of trappenhuis, voldoet deze dan aan het bouwbesluit ?
    21.0.7
    Denk hierbij ook aan het aanwezig zijn van een eventueel geëiste brandwerendheid. Een aandachtpunt hierbij is dat de ventilatie in de trappenhuizen vaak niet hand in hand gaan met de benodigde brandwerendheid.
    21.0.8
    Zijn de brandvoortplantingsklasse’s en rookvoortplantingsklasse’s van de toegepaste materialen in de van rook en brand gevrijwaarde vluchtroute’s conform de regelgeving.

  • Rapportage gecontroleerde Vluchtmogelijkheden
    1 toetsmoment is een begane grond + verdieping + trappenhuis
    (p3 1x; P4 1x; P5 1x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde vluchtweg en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

21.1 Algemene noodverlichting

1 toetsmoment is een administratieve controle

  • 21.1.1
    Voldoet de door de aanvrager aangeleverde luxmeting van het hele gebouw?

22. Brandveiligheidsinstallaties

22. Brandveiligheidsinstallaties toetsmoment bij start en/of oplevering

  • type brandveiligheidsinstallatie(s)

22. BMI / OAI toetsmoment bij start en/of oplevering

  • 22.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd?

  • 22.2
    Is de installatie conform de goedgekeurde uitgangsdocumenten uitgevoerd en functioneert deze als zodanig ?
    22.3
    indien het een gecertificeerde installatie betreft is het overleggen van een rapport van oplevering voldoende.
    22.4
    Zijn de toegepaste rookmelders bij een huisinstallatie conform NEN2555 en is dit afdoende aangetoont.

  • Rapportage gecontroleerde Brandveiligheidsinstallaties
    toetsmoment bij start en/of oplevering

    (p3 1x; P4 2x; P5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.1 Droge blusleiding 1 toetsmoment is een heel trappenhuis (tot 20m en/of overige deel)

  • 22.1.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    22.1.2
    positie toevoer en afname
    22.1.3
    Is er een afpersrapport aanwezig ?

  • Rapportage gecontroleerde Droge blusleiding
    1 toetsmoment is een heel trappenhuis (tot 20m en/of overige deel)

    (p3 0x; P4 1x; P5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.2 Brandweerlift 1 toetsmoment is twee verdiepingen (P3 t/m5 1x)

  • 22.2.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    22.2.2
    afdichting muurkoppen

  • Rapportage gecontroleerde Brandweerlift
    1 toetsmoment is twee verdiepingen
    (P3 t/m5 1x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.3 Brandbeveiligingsinstallatie terreininrichting / bovengrondse brandkraan 1 toetsmoment

  • 22.3.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Is de installatie conform vergunning uitgevoerd?

  • Rapportage gecontroleerde Brandbeveiligingsinstallatie terreininrichting / bovengrondse brandkraan
    (P3 0x P4 en 5 1x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.4 RWA-installatie toetsmomenten (start en/of oplevering)

  • 22.4.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • Rapportage gecontroleerde installatie
    (P3 0x P4 en 5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.5 Sprinklerinstallatie toetsmomenten (start en/ of oplevering)

  • 22.5.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    22.5.2
    Is de installatie conform de goedgekeurde uitgangsdocumenten uitgevoerd en functioneert deze als zodanig ?
    22.5.3
    indien het een gecertificeerde installatie betreft is het overleggen van een rapport van oplevering voldoende.

  • Rapportage gecontroleerde installatie
    (P3 0x P4 en 5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

22.6 Brandslanghaspels Per toetsmoment alle haspels op een hele verdieping

  • 22.6.1
    Zijn alle brandslanghaspels volgens de goedgekeurde stukken aangebracht?

  • Rapportage gecontroleerde installatie
    (P3 0x P4 en 5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde installatie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

23. Bescherming geluid interne geluidwering

23. Bescherming geluid interne geluidwering Per toetsmoment alle noodzakelijke voorzieningen tussen twee stramienen + verdieping algemene ruimte / bij eerste montage!!!

  • 23.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd

  • 23.2
    Indien in de vergunning bouwfysische voorwaarden zijn opgenomen, dit gaat meestal over aanleveren aanvullende gegevens, dan moeten deze gegevens tijdens de uitvoering ook worden aangeleverd en door bouwfysica worden beoordeeld.

  • Specifieke geluidwerende constructie

  • 23.6
    Beglazing controleren bij geluidsbelasting:
    Aanwezigheid van suskasten
    Kierdichting enkel of dubbel

  • 23.3
    Indien sprake is van een geluidsbelaste situatie (dit blijkt uit vergunningsstukken), dient onze meetploeg een meting van de gevelgeluidwering uit te voeren.
    23.4
    Voor grotere projecten zijn altijd enkele metingen gewenst.
    23.5
    Voor kleinere projecten zijn metingen ook gewenst, maar aangezien de meetploeg beperkt beschikbaar is hebben grotere projecten de prioriteit.

  • 23.10
    Opbouw wand tussen twee verblijfsgebieden
    23.11
    Toegangsdeur in appartementengebouw
    23.12
    Opbouw wand tussen twee verblijfsgebieden
    23.13
    Opbouw scheidingsconstructie:
    betonwand cq opbouw metalstudwand
    voldoende massa vloer
    zwevende dekvloer (koppeling met wanden )

  • 23.7
    Voor grotere projecten zijn altijd enkele metingen gewenst. Door de meetploeg dienen de meest kritische punten te worden nagemeten. Overleg tussen buiteninspecteur en meetploeg gewenst.
    23.8
    Ook voor interne geluidwering geldt dat bij kleinere projecten metingen gewenst zijn, maar dat grote projecten de prioriteit hebben.
    23.9
    Beveiliging lift en liftschacht

  • 23.14
    Er dient een visuele controle plaats te vinden, waarbij de toe te passen absorberende materialen worden beoordeeld aan de hand van de vergunningsstukken.

  • Rapportage gecontroleerde Bescherming geluid interne geluidwering
    Per toetsmoment alle noodzakelijke voorzieningen tussen twee stramienen + verdieping algemene ruimte / bij eerste montage!!!

    (P3 1x P4 2x en P5 2x)

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde constructie en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

24. Bescherming geluid van installaties

24. Bescherming geluid van installaties ( opgave bfy)

  • Is er door BFY aangegeven wat en hoeveel er aan steekproeven uitgevoerd moet worden?

  • Rapportage gecontroleerde

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

25. Wering van vocht

25. Wering van vocht conform opgave bfy

  • Is er door BFY aangegeven wat en hoeveel er aan steekproeven uitgevoerd moet worden?

  • Rapportage gecontroleerde

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

27. EP gerelateerde installaties

27. EP gerelateerde installaties

  • Is er door BFY aangegeven wat en hoeveel er aan steekproeven uitgevoerd moet worden?

  • 27.1
    Zijn de op het toetsmoment van toepassing zijnde stukken goedgekeurd
    27.2
    Installaties; verwarming, warmtapwater,
    27.3
    Specifieke maatregel
    27.4
    Zonnecollectoren
    27.5
    Douche pijp cq bah WTW
    27.6
    Pv - Panelen

  • Rapportage gecontroleerde

  • toetsmoment
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

28. Eindcontrole

28. Eindcontrole Gehele bouwwerk

  • Zijn alle hercontroles uitgevoerd van eerder geconstateerde gebreken?

  • Rapportage restpunten
    (gebreken geconstateerd bij oplevering / ingebruikname)

  • restpunt
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

  • Rapportage hercontroles op restpunten
    (gebreken geconstateerd bij oplevering / ingebruikname)

  • hercontrole
  • Datum steekproef

  • Foto van gecontroleerde en omvang op tekening

  • Is de steekproef goedgekeurd

The templates available in our Public Library have been created by our customers and employees to help get you started using SafetyCulture's solutions. The templates are intended to be used as hypothetical examples only and should not be used as a substitute for professional advice. You should seek your own professional advice to determine if the use of a template is permissible in your workplace or jurisdiction. Any ratings or scores displayed in our Public Library have not been verified by SafetyCulture for accuracy. Users of our platform may provide a rating or score that is incorrect or misleading. You should independently determine whether the template is suitable for your circumstances. You can use our Public Library to search based on criteria such as industry and subject matter. Search results are based on their relevance to your search and other criteria. We may feature checklists based on subject matters we think may be of interest to our customers.